GEEP - Belone belone


Introductie
Met een beetje geluk is het in april weer zover. Dan hoor je de eerste berichten weer dat de geep is gearriveerd langs onze kusten. In de winter hebben ze ten westen van Groot-Britannië gebivakkeerd en komen daarna onze kant op om in mei en juni te paaien. Gepen zijn snelle groeiers en kunnen na een jaar al een lengte van 25 centimeter bereiken. Gepen zijn visetende scholenvissen die zich bij voorkeur ophouden in de bovenste waterlagen. Ze geven hun prooi een zijdelinkse mep met hun snavel, soms worden prooivissen zelfs gespiest. Hun hoofdvoedsel bestaat voornamelijk uit zandspiering en zeebliek. Opmerkelijk is trouwens dat gepen een groene graat hebben, echt een vreemd gezicht is dat. Het is eenvoudig na te gaan of er geep in de buurt is. Je neemt gewoon een stuk hout of iets dergelijks en werp dat in het water. Mocht er geep in de buurt zijn, dan springen ze daar meteen overheen. Als je een aanbeet hebt op licht materiaal, zie je ook vaak spectaculaire sprongen, of hem geheel uit het water met alleen zijn staart er nog in, een soort wegrennen, zoals getrainde dolfijnen dat ook doen. De geep is zowel vanaf de kant als vanuit de boot op open zee te bevissen. De pier van Hoek van Holland en de Slufter zijn prima stekken voor deze slanke rover.

Biologie

Maximale lengte circa 95 centimeter     ( 84 cm)
Maximale leeftijd 6 jaar (?)
Paaitijd april-juni boven wierbedden in de getijdezone.
Voedsel Voornamelijk vis.
Leefomgeving In de kustzone en riviermondingen. Zoekt vaak stroomnaden op en heeft een vergelijkbaar jachtgebied als de fint.
Uiterlijke kenmerken Lange zilverkleurige vis met "snavel". Opvallend is dat de graat, net als de puitaal, groen van kleur is. De vis heeft grote schubben en verliest deze na de vangst snel. De vis overleeft de vangst vrijwel nooit. De makreelgeep (Scomberesox saurus) lijkt heel sterk op de gewone geep, maar komt juist in de wintermaanden voor, zij het sporadisch, en heeft 5 kleine "makreel"vinnetjes aan de onder- en bovenzijde tussen rug- en aarsvin.
Vangstperiode Is in Nederland een echte zomergast die vanaf begin april tot en met eind augustus kan worden aangetroffen.

Vangsttechnieken

Geep is te vangen van eind april tot aan half oktober en de meest gebruikelijke manier om hem aan het hakie te slaan is met een 'geepdobber'en lange dwarrelijn. Gebruik een kleine haak want hij heeft natuurlijk een smalle platte snavel. Als aas kun je zeebliek, zandspiering, reepje zalm of makreel, reepje spek, reepje alluminiumfolie, maar het allerbeste aas is de "witte zandzager" of witje (wel moeilijk verkrijgbaar). Ook kun je heel goed een reepje geep gebruiken, vooral het stuk voor de onderkant van de staart. Knip die reepjes vis altijd in een vismotief, zo ongeveer tussen de 4 en 10 centimeter lang. Als kunstaas kun je heel goed een lepeltje, twister of jig gebruiken. Rond de Maasvlakte kun je ze ook uitstekend trollend vangen met een lepel. Neem wel een flinke doek mee als je gaat gepen, want je handen (en de rest) stinkt geweldig....

Fotogalerij

Geep van 72 centimeter, gevangen door Rob Mulder #50, die hij voor de kust van Kijkduin op 15 september 2003 verschalkte.

Geep van Jos Mels #121, gevangen in de zomer van 2003 op een echte gepenstek: de Neeltje Jans.

Een hele geep van Patrick, gevangen op 15 juli 2002 bij de Haringvlietsluizen. Hij viste er met een aasvisje onder de dobber.

Een geep van 62 centimeter gevangen door Barry v/d Dobbelsteen #36 in 2002. Hij viste dat jaar veel op de wandelpier van Hoek van Holland, waar hij dit exemplaar op 19 juni ving.