Het Aas  

Het aas is voor ons vissers cruciaal voor het vangen van vis. Soms komt het voor dat ene aassoort vrijwel niets opleverd en de andere bakken vol. In deze rubriek worden natuurlijke aassoorten beschreven, waar je op zee goed mee uit de voeten kunt.
Bij de keuze van de aassoort is het vooral belangrijk te weten waar de vis op dat moment op aast. Dat is doorgaans het voedsel dat dan aanwezig is. Helaas is het niet zo dat een pier altijd vangt. Uit ervaring van voorbije jaren is over het voedselgedrag best het een en ander bekend, maar toch zal het aan het begin van je vissessie even zoeken zijn. In de zomer van 2004 zaten we al een paar uur met zagers en pieren de krabben te voeren. We vingen geen schub. Uit ballorigheid voorzagen we een haak van twee garnalen en binnen 5 minuten lag er een gulletje op de kant!! De uren er na vingen we er meer, maar alleen op de garnaal!!!
Als je de vis mee naar huis neemt, kijk dan bij het schoonmaken eens naar de maaginhoud. Dit geeft heel erg veel informatie over de te gebruiken aassoort voor de volgende keer!!
De hieronder gebruikte foto's zijn vrijwel alle afkomstig van Ecomare en Fitis.


De Zeepier


De borstelworm Arenicola marina is in Nederland beter bekend als zeepier of wadpier. Vissers gebruiken het dier veel als aas voor platvis en kabeljauwachtigen. Bij laagwater worden de dieren hiervoor uit het sediment gespit en verliezen bij beschadiging veel lichaamsvocht. Ze staan daarom ook wel bekend als ‘leeglopers’.

Zeepieren leven in zandbodems van fijn tot middelfijn zand met 1-15% slib. De hoogste dichtheden van 20-70 dieren per m2 worden gevonden in het getijdegebied met de zand- en slikplaten, zoals deze in de Waddenzee en Ooster- en Westerschelde voorkomen. In stagnante zoute wateren, zoals Grevelingen en Veerse Meer, komen ze ook tot ver onder de laagwaterlijn voor. Zeepieren kunnen 20 cm lang worden en een leeftijd bereiken van 6 jaar. De dieren leven 15 tot 50 cm diep ingegraven in een L tot J-vormige gang die bekleed is met mucus. Het dier ligt meestal in het horizontale deel van de gang met de staart naar boven en de kop aan het uiteinde van de gang in het sediment. Middels een waterstroom houdt de zeepier een smalle kolom, die niet tot zijn leefbuis behoort, naar het sedimentoppervlak in stand waarlangs voortdurend sedimenterend materiaal naar beneden zakt.

De "uitwerpselen" verraden zijn aanwezigheid

De ingegraven zeepieren worden belaagd door platvissen, steltlopers, krabben en wormen en meestal op het moment dat ze hun staartstuk buiten de woonbuis steken om hun faeces kwijt te raken. De vissen eten in de meeste gevallen alleen het staartstuk. Dit deel kan echter snel regenereren. Gemiddeld verliezen de zeepieren op deze manier 2 tot 4 keer per maand hun achterste. Dit staartstukje vormt daarmee een belangrijke voedselbron voor vooral bot en schol. Maar ook een gul vind de zeepier niet te versmaden. Ik heb er ook wel eens zeebaars mee gevangen en paling is er helemaal verzot op. Je kunt ze het beste steken met een 'riek' in plaats van een schep, anders steek je ze snel doormidden. Je kunt ze bewaren in een licht vochtige krant, in turfaarde, of een emmertje zeewater. Voor de langere termijn bruikbaarheid, kan je ze in het zout gooien, vocht eruit laten trekken, en invriezen.

Zeepieren kun je bij elke Speciaalzaak in het Europoortgebied kopen. Vantevoren bestellen voorkomt teleurstelling. De winkeliers betrekken ze van "pierenboten", schepen die de zeepieren op de Scheldes en de Waddenzee opzuigen. In september zijn de pieren opgezet door paringsvocht, een melkwitte substantie die de pier minder stevig maakt.

Machinaal en handmatig winnen van pieren

Zeepieren zijn in principe de meest populaire aassoort onder de zeevissers.


De Zager


De zager is ook een aasje met allure, ze zijn in de hengelsportzaken bijna alleen nog verkrijgbaar op kweekbasis. De firma Topsy Baits uit Wilhelminadorp, Nederland zorgt de kweek en de wereldwijde distributie. Ook de zager hoort bij de familie der borstelwormen en leeft in dezelfde omgeving als de zeepier. In het algemeen heeft de zager een voorkeur voor de wat hardere bodems, bijvoorbeeld tussen schelpenbanken. Hier kun je ook de echt grote zagers vinden. Zelfgestoken zagers worden steekzagers genoemd. De grote exemplaren zijn een geweldig aas voor grote bot. De kleinere steekzagertjes zijn geliefd bij wedstrijdvissers omdat de veronderstelde geur de vis zou verleiden eerder toe te happen. Kleine steekzagers kun je eigenlijk nooit in de winkel krijgen, de grote zo hier en daar wel. Kleine steekzagers zijn namelijk moeilijk houdbaar. Ga je zelf zagers steken let dan op dat de groene exemplaren erg slecht houdbaar zijn.
De slikzager is overigens een andere soort en wordt later toegelicht.

De zager is een prima aas dat heel mooi beweegt in het water, mits door de kop gehaakt. De lange staart maakt op de stroming mooie zwepende bewegingen, en de kleur is ook erg aantrekkelijk. Pas op want ze kunnen een beetje bijten met 2 uitschuifbare haakjes die inwendig voor in de kop zitten. Nou doet dat niet vreselijk zeer maar je schrikt toch als je het niet weet. Wij hebben het een keer niet tegen een vriend van ons (die voor het eerst meeging) verteld en geweldig gelachen toen ie vloekend en tierend een zager van een centimeter of 20 aan zijn vingertop had hangen.


Topsy Baits is dus het bedrijf dat de zagers kweekt. Dit gebeurt buiten in grote bassins. Op hun site (klik op het logo hierboven) kun je er mooie foto's van zien. Dat de zagers vangkracht bezitten wordt wel bewezen door de afzet in de loop der jaren: meer dan 300 ton zagers!!!

De beste bewaarmethode is door de zagers in vers zeewater te zetten en te beluchten met een luchtpompje. Elke dag het water verversen is dan het beste en de zagers moeten dan minstens twee weken te houden zijn. Let er wel op dat ze koel staan. (+I- 8 graden). De meeste speciaalzaken hebben daarom ook een grote bak met zeewater waar ze de zagers in bewaren. Om goed met de zagers te vissen moeten ze niet te vers zijn. Enkele dagen voor het vissen de zagers in de zeeturf doen. De zagers worden wat harder en houden dan beter op de haak. Bovendien worden de zagers prachtig rood van kleur. De zagers worden uit de zakken gehaald en nadat ze goed zijn uitgelekt in zeeturf gedaan op kranten. Elke zager moet dan goed in de zeeturf zitten zodat ze elkaar niet direct raken. Anders stikken ze. In de koelkast zijn ze dan nog een week tot tien dagen houdbaar en altijd gereed om mee te vissen. Zeeturf wordt gewonnen in zee en heeft de juiste zuurgraad. Tuinturf heeft een lage zuurgraad en dat is dodelijk voor de zagers.


Steurgarnalen


Steurgarnalen zijn eigenlijk bewoners van poeltjes bij zeedijken en golfbrekers. Hier gaat hij rustig zwemmend met zijn zwempoten, op zoek naar kleine wormpjes, visafval of stukjes zeewier. Hij kan zich echter ook met een paar ferme slagen van zijn achterlijf bliksemsnel uit de voeten maken, mocht dat nodig zijn zelfs boven water. En dat is dan ook regelmatig nodig, want de steurgarnaal staat bij erg veel vissen, inktvissen en anemonen hoog op het menu. Echter, door zijn grotendeels transparante lichaam en het vermogen om zijn vlekken en strepen aan te passen aan de ondergrond is hij voor rovers erg moeilijk te ontdekken. Om te groeien moet de steurgarnaal regelmatig vervellen. In deze tijd is hij buitengewoon kwetsbaar. De mannetjes gebruiken de periode dat de vrouwtjes vervellen om met hen te paren. De wijfjes legen zo'n 2500 eitjes die ze met zich meedragen tussen hun achterste zwempoten. Jonge garnalen vervellen om de 14 dagen. Dat is nodig om het groeitempo bij te houden.

Steurgarnalen zijn een zeer goed aas voor eigenlijk alle vissen, het probleem is alleen dat ze ongeschikt zijn voor verre worpen. Persoonlijk is het mijn favoriete aas voor het vissen op zeebaars, uiteraard met licht materiaal, spinhengel, 25/100 nylon, en 30 gr lood. Maar ook platvis, paling en rondvis laat zich zo prima haken. Je neemt een kort dik haakje, uiteraard vlijmscherp, en prikt dat door het 2e segment van zijn staart. Dat is meestal het hardste stukje en zo is de kans het kleinst dat je hem eraf gooit.

Je kunt steurgarnalen zelf goed vangen op bijvoorbeeld de havenhoofden van de Waterweg, zoals bij de pont Rozenburg-Maassluis. Gebruik dan een kruisnet met in het midden een paar vastgebonden vissenkoppen. Ook kun je tijdens laagwater met een schepnetje door het zand heentrekken en dit uitwassen. Is het water te zoet, dan kun je ze in de Grevelingen vangen. Zoek dan een plekje aan de Brouwersdam en ga met een netje aan de slag. Steurgarnalen trekken in de winter naar dieper water.


De Zandspiering


Zandspieringen zijn mesvormige visjes die in grote scholen leven. Ze zijn bliksemsnel en een ware delicatesse voor diverse zeebewoners. Ze zijn meestal lichtgroen/zilverachtig van kleur en houden zich vaak op in het zand van de bodem. Je kunt dit aas tevens goed gebruiken voor de vangst op snoekbaars en palingen. Ik vang deze aasvis meestal zelf aan de uitlaat van de electriciteitscentrale op de Maasvlakte. Je doet dit door middel van een onderlijn met een paar dreghaakjes en een kogelloodje aan de onderkant. (30 gr.). Door voor de uitlaat deze onderlijn over de bodem naar binnen te trekken worden de zandspieringen op de dreghaakjes geprikt. Een andere manier om ze zandspieringen te vangen is door met een schepnet tijdens het lage water (met een waadpak) door het water te slepen. Als je het schepnet door de zandbodem trekt wil er ook nog wel eens naast een boel garnalen een zandspiering tussen zitten. Na de vangst bewaar je de zandspieringen in een emmertje zout water. Hierdoor blijven ze zo vers mogelijk en kun je ze later op de dag gaan gebruiken. Ik vis er meestal mee op zeebaars en haak ze dan een centimeter achter de staart. Daar is het vlees het hardst. Ik heb er ook de nodige tarbotten mee gevangen en het is tevens heel belangrijk om dit aas in zout water in te vriezen anders verliezen ze hun glans. Bewaar ze tijdens je volgende vistrip zo koel mogelijk want het vlees wordt snel zacht. Ook voor op de boot is dit een zeer goed aas.


Mesheft of Scheermesschelpen


Als aas zijn de mesheften inmiddels een erkende vanger. In de Zuideuropese landen wordt de mesheft gegeten, bijvoorbeeld bij de paëlla. In de Westeuropese en Scandinavische landen wordt de mestheft eigenlijk alleen door sportvissers gebruikt.
Mesheften worden in de Noordzee gevangen en gedistribueerd door een Zeeuws bedrijf. Verschillende speciaalzaken verkopen mesheften, maar helaas zijn ze niet lang houdbaar. Je kunt ze invriezen, alleen zal je partner niet blij zijn wanneer ze ontdooien. Ze stinken dan verschrikkelijk!!!

Als je in de gelegenheid bent een hengelsportzaak in de buurt te hebben die deze aassoort verkoopt, laat die gelegenheid dan niet aan je neus voorbijgaan. Verhoudingsgewijs is het een goedkope aassoort die soms het verschil tussen wel en niet vanegn uitmaakt. Met name gaat het dan om zeebaars, gul, wijting en bot en in mindere mate paling en andere platvissoorten.

Verse mesheft kun je in stukjes of in zijn geheel op de haak zetten. Het gebruik van een aasnaald is aan te raden. Vis je met ingevroren mesheften dan kun je het beste de nog lichtelijk bevroren schelpinhoud op een aasnaald rijgen en dit boven je haak op de lijn zetten. Dan omwikkel je dit met heel dun elastiek zodat het lekker compact zit. Als laatste doe je op je haak nog een piertje om het af te ronden en vangen maar !!

Zie je dit op het strand, dan weet je welk aas je moet gebruiken!


Krab


Deze diersoort is niet geliefd bij ons vissers, ze kosten ons immers vermogens aan (duur) zee-aas. Toch staan ze zelf hoog genoteerd op de menulijst van de gul en zeebaars. Ik maakte laatst een gul schoon die in zijn maag 6 grote krabben bleek te hebben. Omdat een krab moet 'vervellen' om te groeien zijn ze soms een tijdje zeer kwetsbaar. Zodra ze hun harde pantser hebben afgeworpen zijn het zachte beestjes die een hoge vangkracht hebben als aas. Maar een beetje vis pakt ook gewoon de harde exemplaren.

Je haak moet je met dun elastiek op zijn rug binden. De poten en andere zaken kun je gewoon laten zitten. Je vindt de krabben bij laag water onder rotsen en keien die je omver gooit. Ook langs dukdalven in zoutwaterhavens kun je ze makkelijk vangen door een touwtje met een halve mosselschelp/stukje vis of een zager, te laten zakken. Let wel dat wanneer de stenen tot de zeewering behoren je er niet aan mag komen. Een vette bekeuring is dan je deel. Vandaar dat bij veel wedstrijden dit aas ook is uitgesloten


Inktvis


Bij sommige zeevis speciaalzaken is het mogelijk om kleine ingevroren inktvisvisjes te kopen. Dit zijn baby pijlinktvissen, waar het skelet uit is verwijderd. Behalve de "verse" diepgevroren exemplaren kun je ook geconserveerde kopen. Deze hebben hun vangkracht als natuurlijk aas voor ons nog niet bewezen. Nog eenvoudiger is het om inktvis op de markt te kopen. Dan heb je echte verse. In combinatie met een piertje soms een zeer goed aas, hetgeen Sjaak #2 zijn "persoonlijk record" kabeljauw opleverde.

Makreel


Stukjes makreel zijn altijd inzetbaar als aas. Het relatief hoge vetgehalte zorgt mede voor een lekker geurspoor en daar komen de nodige vissen op af. Helaas zijn ook de aaseters er als de kippen bij: krab en garnaal. In de zomer zijn stukjes makreel hét aas voor haai, tarbot en poon. Meestal worden deze vissoorten vanaf de boot belaagd. In de winter zijn stukjes makreel geliefd bij het vissen op bot, schar en wijting. De "lekkere" geur verleidt deze vissoorten tot een felle aanbeet. Overigens, het gaat hierbij natuurlijk om verse makreel, en niet om de gerookte exemplaren....
Slikzagers


Slikzagers zijn hele kleine zagertjes die meestal alleen door wedstrijdvissers worden gebruikt. Het is een klein soort zagertje dat uit Frankrijk komt. De meeste speciaalzaken verkopen ze, behalve in de winter. Het is een heel zacht wormpje en daarom niet geschikt om ver mee te gooien. Met goed fatsoen kun je ze alleen maar met een aasnaald op je haak zetten, maar zelfs dat kan nog een heel gepriegel zijn. Hoewel de regel "groot aas, grote vis" bij de kleine slikzagertjes niet op lijkt te gaan, kan de vangst toch verrassend zijn. Omdat er relatief dicht mee onder de kant moet worden gevist zijn het in het algemeen kleine vissen die dit aas pakken. Maar als er grote vis onder de kant zit, met name in de avonduurtjes, dan wordt een slikzagertje met veel geweld gegrepen. Tong, zeebaars en bot zijn er tuk op.
Steekzagers


Steekzagers zijn dezelfde diersoort als kweekzagers met dat verschil dat ze "natuurlijk" zijn en niet gekweekt. Zie de beschrijving bij "zagers"
Witjes


Witjes zijn een zagersoort die een geweldige faam genieten. Of deze faam terecht is, is maar de vraag. Witjes zijn vrij teer, je kunt ze nauwelijks bewaren en zijn zo dood. Ze zijn dan ook nauwelijks in de handel verkrijgbaar. Als je zelf aas gaat steken, dan kom je ze altijd wel tegen. Ze kronkelen verleidelijk en dat zou vooral platvis tot grote bijtlust aanzetten. Persoonlijk geloof ik er niet zo in. Het is een prima aassoort, maar zeker niet het alvangende superaas.
Het bewaren van witjes gaat redelijk goed. Gebruik helder zeewater. Houdt het koel, bij voorkeur in de koelkast en zet er een luchtpompje op. Ga je vissen, houdt ze dan in de schaduw en ververs regelmatig het water. Zorg er vooral voor dat als je je vingers in het bakje steekt, er geen turf meer aan zit. Anders is het water zo vuil en de witjes dood.